Kerst met Eckhart

(ook op www.Ongrond.nl)

Het is alweer lang geleden dat ik kennis maakte met 14e eeuwse mysticus Meister Eckhart. Ik las begin jaren tachtig van de vorige eeuw een artikel over hem in het tijdschrift ‘Zen’, van mijn toenmalige zen lerares Nora Houtman. Zij beschreef daarin een aantal overeenkomsten tussen de preken van Meister Eckhart en het zenboeddhisme.
Die overeenkomsten vond ik toen erg geruststellend. Ik was begonnen met zenmeditatie en ik vroeg me wel eens af of ik me daarmee niet erg ver had verwijderd van mijn (verdwijnende) gereformeerde geloof. Dat was dus niet het geval omdat de christelijke mysticus Eckhart dingen zei die ook in het zenboeddhisme worden geleerd. Zoals het belang van stilte en jezelf leeg maken.

De teksten van Eckhart vond ik eerst moeilijk, maar ik vermoedde dat die belangrijke waarheden bevatten. Na het lezen en herlezen van zijn teksten in de prekenbundel Van God wil ik zwijgen en in het boek Eckhart Nu, en ook door deelname aan studiekringen, ging ik steeds meer zien hoe die waarheden in onszelf zijn te vinden. Ik merkte ook dat mijn beoefening van zenmeditatie behulpzaam was bij het begrijpen van Eckhart’s teksten.

Geboorte in de ziel
In deze tijd kwam bij mij de vraag op: wat heeft Eckhart gezegd over Kerstmis?
In de prekenbundel Van God wil ik zwijgen, vertaald door dichter C.O.Jellema, las ik nog eens twee preken van Eckhart die in het bijzonder gaan over de geboorte van Jezus. De ene gaat over de aankondiging van zijn geboorte aan Maria door de engel Gabriel (Lucas 1 vers 28). Eckhart geeft hier een bijzondere, wel wat provocerende uitleg aan:
‘Het is God meer waard om geestelijk geboren te worden uit welke maagd of welke goede ziel ook, dan dat Hij uit Maria lichamelijk werd geboren’.
Daar gaat onze gezellige Kerstviering met de vele lichtjes dan!
De tweede preek gaat over Matheus 2 vers 2. Daarin vragen de wijzen uit het oosten waar de koning der Joden is, die net geboren moet zijn.
De wijzen vragen dus naar een plaats en die plaats van geboorte is, zo zegt Eckhart, de ziel. Deze geboorte gebeurt in de grond van de ziel. ‘De ziel is van nature Gods evenbeeld’, zegt hij erbij.
Als je open staat voor deze geboorte in je, ‘dan vind je al het goede en alle troost, alle gelukzaligheid, al het zijn en alle waarheid’.
Kerst betekent dus bij Eckhart dat het licht in jezelf wordt ontstoken. Al dat moois van buiten, al die lichtjes, dat vergaat allemaal weer.
Dat licht in de ziel wordt zo groot ‘dat het zich naar buiten werpt en overstroomt in de krachten en ook in de uiterlijke mens’.
Mooi als je zo het Licht kan laten schijnen naar andere mensen.

Niet-weten
Maar bij Eckhart gaat dat niet zomaar. Hij zegt ook dat ‘de wegen waarlangs het licht naar binnen moet gaan overladen en versperd zijn door valsheid en duisternis’.
Ik denk daarbij dan aan de uitspraak van Etty Hillesum: ‘God is een diepe put in me, maar er zitten stenen en gruis voor’. Vroeger spraken we over ‘zonden’. Nu zie ik hoe het hardnekkige patronen in mezelf zijn waarmee ik me steeds wil hechten aan iets uit de buitenwereld.
In termen van Eckhart: ‘de ziel heeft zich uitwendig opgedeeld en verspreid in krachten die elk hun eigen werk hebben: het gezichtsvermogen in het oog, het gehoorvermogen in het oor, het smaakvermogen in de tong; en daarom zijn haar krachten voor het innerlijk werk des te zwakker…’. Het gaat er dan om ‘al de krachten van de ziel weer thuis te roepen en haar uit al haar verspreidheden bijeen te zamelen tot een inwendig werk’. En: ‘Het moet zijn in een stilte en in een zwijgen dat dit woord gehoord wil worden’.
Het gaat er dus om jezelf leeg te maken. In dit opzicht is er een duidelijke overeenkomst met het zenboeddhisme.
En een ‘leermeester’ citerend zegt hij nog: ‘Je moet komen tot een ‘niet-weten’. Waar men niet weet, daar bewijst en openbaart het zich’.
Het vergt dus een passieve, ontvankelijke houding.

Eckhart zag meteen allerlei tegenwerpingen, zoals: ‘zo’n mens die niet weet is dierlijk, is een aap, een dwaas..’.
Stil zijn en leeg worden kunnen nog steeds veel weerstanden ontmoeten. Enkele tegenwerpingen die Ik zelf hoorde:
‘Je denken stopzetten, daar word ik simpel van’.
‘Nietsdoen, alleen maar zijn, dat is zonde van je tijd, ik heb wel wat beters te doen’.
‘Ik heb mezelf weer net verzameld, na een ziekte. Leeg worden? ik kijk wel uit’.

Omvorming
Allemaal heel begrijpelijk wanneer je geen idee hebt wat zich in de stilte kan openbaren. Eckhart zegt daarover dat ‘de ziel met God en in God om- en overgevormd wordt’. Dat is dan wel een God zonder beelden, ‘een niet-persoon, een niet-God’, zoals hij in een andere preek eens zei.
In boeddhistische termen is het zoiets als ‘je ware zelf of je Boeddha natuur realiseren’.

Ik vind het mooi zoals Eckhart aan het eind van deze preek toch nog hint op de lichamelijke geboorte van Jezus door te spreken over ‘…..Hij die mensenkind is geworden opdat wij Godskinderen worden’.
‘Godskind’ worden is een lange weg, zoals ik zelf ervaar. De huidige lockdown kan wellicht stimuleren om ‘de krachten van de ziel weer thuis te roepen’.
Dan kan het elke dag Kerst zijn met Eckhart.

willem.davidse@hetnet.nl

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *